de
lui
de
roep
×
×

Studie
menu
search
de
lui
de
roep

Waar zijn de doden?

Zijn de doden werkelijk dood?

De dood is misschien wel een van de meest onbegrepen onderwerpen van deze tijd. Voor velen is de dood gehuld in mysterie en roept gevoelens op van angst, onzekerheid, en zelfs hopeloosheid. Anderen geloven dat hun overleden dierbaren helemaal niet dood zijn, maar bij hen zijn of leven in andere sferen! Weer anderen zijn verward over de relatie tussen lichaam, geest en ziel.

Maar maakt het eigenlijk uit wat je gelooft?
Ja... absoluut! Want wat je gelooft over de doden zal een grote invloed hebben op wat er met je gebeurt in de eindtijd. Deze studie laat zien wat God zegt over dit onderwerp. Maak je klaar voor een echte eye-opener!



Wat je moet weten

  1. De bijbel spreekt in Openbaring 20 over een EERSTE dood en een TWEEDE dood.
  2. De bijbel spreekt in Openbaring 20 ook over een EERSTE opstanding en een TWEEDE opstanding van de doden.
  3. Je bent gelukkig te prijzen als je bij de EERSTE opstanding hoort, want dat is de opstanding van de mensen die gestorven zijn IN Christus.
  4. De TWEEDE opstanding betreft de mensen die NIET in Christus gestorven zijn.
  5. Tussen de eerste en tweede opstanding ligt 1000 jaar.



En zij werden weer levend en gingen als koningen regeren met ​Christus, duizend jaar lang. (Maar de overigen van de doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen waren.) Dit is de eerste opstanding. Zalig en ​heilig​ is hij die deel heeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen ​priesters​ van God en van ​Christus​ zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang. En wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn, zal de satan uit zijn ​gevangenis​ worden losgelaten. En hij zal uitgaan om de volken te misleiden die zich in de vier hoeken van de aarde bevinden, Gog en Magog, om hen te verzamelen voor de ​oorlog. En hun aantal is als het zand van de zee. En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de ​heiligen​ en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen. En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse ​profeet​ reeds zijn. Openbaring 20:4-10




Toen maakte God, de HEER, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen. (Genesis 2:7)


Antwoord: Hij maakte ons van STOF





Wanneer het stof terugkeert naar de aarde, weer wordt zoals het was, wanneer de adem van het leven weer naar God gaat, die het leven heeft gegeven. (Prediker 12 vers 7 NBV)

en het stof wederkeert tot de aarde, zoals het geweest is, en de geest wederkeert tot God, die hem geschonken heeft. (Prediker 12 vers 7 NBG)




Antwoord: Het lichaam wordt weer stof en de ‘geest’ of de ‘adem’ keert terug naar God die deze aan de mens heeft gegeven. De ‘geest’ of ‘adem’ van iedere persoon – of hij nu slecht was of goed – keert terug naar God bij de dood.





Want gelijk het lichaam zonder geest dood is (Jacobus 2 : 26 Statenvertaling editie 1977)

Zolang het leven in mij ademt, zolang Gods geest mij nog doortrekt, (Job 27:3 NBV)

zolang mijn adem nog ten volle in mij is, en de geest Gods in mijn neusgaten, (Job 27:3 NBG)


Antwoord: geest = ‘levensadem’
(‘het elektrische systeem’ dat het lichaam doet werken)





Toen maakte God, de HEER, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen. (Genesis 2:7 NBV)

En de Heere God had de mens geformeerd uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen de adem des levens; alzo werd de mens tot een levende ziel. (Genesis 2:7 Statenvertaling 1977)




Antwoord: Een ‘ziel’ is een levend wezen. Een ziel is altijd een combinatie van 2 dingen: LICHAAM + ADEM. Een ziel kan niet bestaan tenzij lichaam en adem gecombineerd zijn. Gods woord leert dat wij ‘zielen’ zijn.





Iemand die zondigt zal sterven (Eze 18:20 NBV)

De ziel die zondigt, die zal sterven. (Eze 18:20 NBG)

en alle wezens die in zee leefden kwamen om. (Openbaring 16 vers 3 NBV)

en alle levende ziel is gestorven in de zee. (Openbaring 16 vers 3 Statenvertaling 1977)

Zou een sterveling rechtvaardig zijn tegenover God? (Job 4:17 NBV)

Hij (God) alleen is onsterfelijk (1 Tim 6:16 NBV)



Antwoord: Volgens Gods woord sterven zielen! Wij zijn zielen en zielen sterven. De mens is sterfelijk. Alleen God is onsterfelijk.
Het concept van een niet stervende, onsterfelijke ziel gaat tegen de bijbel in, die leert dat zielen onderworpen zijn aan de dood.







Als ik wacht, zal het graf mijn huis zijn; (Job 17:13 herziene statenvertaling)

David…is gestorven en begraven; zijn graf bevindt zich immers nog steeds hier. David is niet naar de hemel opgestegen (Hand 2: 29, 34)

er komt een moment waarop alle doden zijn stem zullen horen en uit hun graf zullen komen (Joh 5:28-29)


Antwoord: Nee, mensen gaan noch naar de hemel, noch naar de hel als ze sterven. Ze gaan naar hun graf waar ze blijven tot de opstandingsdag







5 Want de levenden weten dat zij sterven zullen, maar de doden weten helemaal niets. Zij hebben ook geen loon meer, maar hun nagedachtenis is vergeten.
6 Ook hun liefde, ook hun haat, ook hun afgunst is al vergaan. Zij hebben geen deel meer, voor eeuwig, aan alles wat er onder de zon plaatsvindt.
10 Alles wat uw hand vindt om te doen, doe dat naar uw vermogen, want er is geen werk, geen overleg, geen kennis of wijsheid in het graf, waar u naartoe gaat. (Prediker 9: 5,6,10 Herziene Statenvertaling)

17 Niet de doden loven de HEER, (Psalm 115:17 NBV)


Antwoord: God zegt dat de doden helemaal NIETS weten.







12 Een mens gaat liggen en staat niet meer op. Zolang de hemel zal bestaan, ontwaakt hij niet, hij wordt niet uit zijn slaap gewekt.
21 Zijn zonen krijgen aanzien – hij weet het niet, zijn zonen gaat het slecht – hij merkt het niet. (Job 14:12, 21)

6 Hun liefde en hun haat, alle hartstocht die ze ooit hebben gehad, ging allang verloren. Ze nemen nooit meer deel aan alles wat gebeurt onder de zon. (Prediker 9:6)

4 Stokt zijn adem, hij keert terug tot de aarde, op die dag gaat hij met zijn plannen ten onder. (Psalm 146:4 NBV)

4 Zijn geest gaat uit hem weg, hij keert terug tot zijn aardbodem; op die dag vergaan zijn plannen. (Psalm 146:4 Herziene Statenvertaling)


Antwoord: Nee, de doden kunnen geen contact opnemen met de levenden, en ze weten ook niet wat de levenden doen. Ze zijn dood. Hun plannen zijn vergaan.







12 Een mens gaat liggen en staat niet meer op. Zolang de hemel zal bestaan, ontwaakt hij niet, (Job 14:12)

10 Maar de dag van de Heere zal komen als een dief in de nacht. Dan zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen brandend vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen verbranden. (2 Pet 3:10 Herziene Statenvertaling)


Antwoord: De doden slapen tot de grote dag van de Heer: de terugkomst van de Heer Jezus in de eindtijd. Mensen zijn in de dood totaal zonder bewustzijn, zonder ook maar enige activiteit of kennis.



*11 Nadat hij dat gezegd had zei hij: ‘Onze vriend Lazarus is ingeslapen, ik ga hem wakker maken.’ 12 De leerlingen zeiden: ‘Als hij slaapt, zal hij wel beter worden, Heer.’ 13 Zij dachten dat hij het over slapen had, terwijl Jezus bedoelde dat hij gestorven was. 14 Toen zei hij hun ronduit: ‘Lazarus is gestorven, Joh 11:11-14 NBV






12 ‘Ik kom spoedig, en heb het loon bij me om iedereen te belonen naar zijn daden.  (Openbaring 22:12)

16 Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan. 17 Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn. (1 Thes 4:16-17 Herz. Statenvertaling)

51 Ik zal u een geheim onthullen: wij zullen niet allemaal eerst sterven – toch zullen wij allemaal veranderd worden, 52 in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, wanneer de bazuin het einde inluidt. Wanneer de bazuin weerklinkt, zullen de doden worden opgewekt met een onvergankelijk lichaam en zullen ook wij veranderen. 53 Want het vergankelijke lichaam moet worden bekleed met het onvergankelijke, het sterfelijke lichaam met het onsterfelijke. (1 Cor 15:51-53 Herz. Statenvertaling)


Antwoord: Ze zullen beloond worden. Ze worden opgewekt, hen wordt een onsterfelijk lichaam gegeven en ze zullen omhoog getrokken worden om de Heer in de lucht te ontmoeten. Als mensen meteen naar de hemel zouden gaan na hun sterven zou een opwekking uit de dood volstrekt onlogisch zijn







5 De andere doden kwamen niet tot leven voordat de duizend jaar voorbij waren. [...] 6 Gelukkig en heilig zijn zij die deelhebben aan de eerste opstanding. De tweede dood heeft geen macht over hen. Zij zullen priester van God en van de messias zijn en duizend jaar lang samen met hem heersen. (Openbaring 20: 5,6)

28 Verwonder u daar niet over, want de tijd komt waarin allen die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen, 29 en zij zullen eruit gaan: zij die het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, maar zij die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding ter verdoemenis. (Joh 5:28-29 Herz. Statenvertaling)


Antwoord: De andere doden blijven in de graven tot de 1000 jaar voorbij zijn. Daarna zullen ook zij opgewekt worden, maar het zal een opstanding zijn ‘ter verdoemenis’.







4 Toen zei de slang tegen de vrouw: U zult zeker niet sterven. (Genesis 3:4 Herz. Statenvertaling)

Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt. (Openbaring 12:9 NBV)


Antwoord: Satan vertelde Eva dat de zonde geen dood zou brengen. ‘U zult zeker niet sterven’, zei hij.





Antwoord: Het is een van de hoekstenen van het koninkrijk van de duivel. Hij heeft door de eeuwen heen machtige wonderen verricht door mensen die beweren dat ze hun kracht ontvangen hebben van de geesten van de doden. Voorbeelden:



16 En het gebeurde toen wij naar de plaats van het gebed gingen, dat een zekere slavin die een waarzeggende geest had, ons tegemoetkwam. Zij verschafte haar meesters veel inkomsten met waarzeggen. (Handelingen 16:16 Herz. Statenvertaling)

2 Toen zei de koning dat men de magiërs, de bezweerders, de tovenaars en de Chaldeeën moest roepen om de koning zijn dromen bekend te maken. Zij nu kwamen en gingen vóór de koning staan. (Dan 2:2 Herz. Statenvertaling)

3 Samuel nu was gestorven en heel Israël had rouw over hem bedreven. Zij hadden hem begraven in Rama, dat is in zijn stad. En Saul had de dodenbezweerders en de waarzeggers uit het land weggedaan. 5 Toen Saul het leger van de Filistijnen zag, was hij bevreesd en zijn hart beefde zeer. 6 En Saul raadpleegde de HEERE, maar de HEERE antwoordde hem niet; niet door dromen, niet door de urim (orakelstenen), en ook niet door de profeten. 7 Toen zei Saul tegen zijn dienaren: Zoek een vrouw voor mij die geesten van doden kan bezweren, zodat ik naar haar toe kan gaan en door haar raad kan vragen. Zijn dienaren zeiden tegen hem: Zie, er is in Endor een vrouw die geesten van doden bezweert. […] (1 Samuel 28:2-25 Herz. Statenvertaling)

11 Maar de farao op zijn beurt riep de wijzen en de tovenaars, en ook zij, de Egyptische magiërs, deden met hun bezweringen hetzelfde. (Exodus 7:11 Herz. Statenvertaling)

23 En het lamplicht zal nooit meer in u schijnen en de stem van een bruidegom of van een bruid zal nooit meer in u gehoord worden. Want uw kooplieden waren de groten van de aarde. Door uw tovenarij immers werden alle naties misleid. (Openbaring 18:23 Herz. Statenvertaling | Rev 18:23)

13 Want zulke lieden zijn valse apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus. (2 Cor 11:13 Herz. Statenvertaling)






In de eindtijd zal Satan opnieuw toverij gebruiken om de wereld te bedriegen, net zoals in Daniëls tijd. (Openbaring 18:23) Toverij is een bovennatuurlijke kracht die beweert zijn kracht en wijsheid te ontvangen van de geesten van de doden.



23 En het lamplicht zal nooit meer in u schijnen en de stem van een bruidegom of van een bruid zal nooit meer in u gehoord worden. Want uw kooplieden waren de groten van de aarde. Door uw tovenarij immers werden alle naties misleid. (Openbaring 18:23 Herz. Statenvertaling)





Satan en zijn engelen zullen zich voordoen als overleden geliefden, overleden geestelijken, profeten uit de Bijbel of zelfs de apostelen van Christus (2 Cor 11:13) en zij zullen miljarden mensen bedriegen. Zij die geloven dat de doden leven, in welke vorm dan ook, zullen zeker worden bedrogen.



13 Want zulke lieden zijn valse apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus. (2 Cor 11:13 Herz. Statenvertaling)




Antwoord:



23 Als iemand dan tegen u zegt: Zie, hier is de Christus of daar, geloof het niet; 24 want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zó dat zij – als het mogelijk zou zijn – ook de uitverkorenen zouden misleiden. (Mat 24: 23-24 Herz. Statenvertaling)

14 En geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht. (2 Cor 11:14 Herz. Statenvertaling)

13 En het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel laat neerkomen op de aarde, voor de ogen van de mensen. 14 En het misleidt hen die op de aarde wonen door middel van de tekenen die het gegeven zijn te doen voor de ogen van het beest. (Openbaring 13:13-14 Herz. Statenvertaling)




Antwoord: Gods kinderen zullen door oprechte studie van Zijn woord weten dat de doden dood zijn en niet levend. Daarom zal Gods volk alle leraren en anderen afwijzen die zogenaamd speciaal ‘licht’ verkrijgen of wonderen kunnen verrichten door contact met de doden. Zo ook zal Gods volk alle gevaarlijke en valse leren afwijzen die beweren dat de doden leven, in welke vorm dan ook, waar dan ook.



11 want zij ontvingen het Woord met grote bereidwilligheid en onderzochten dagelijks de Schriften om te zien of die dingen zo waren. (Handelingen 17:11 Herz. Statenvertaling)

Als zij niet overeenkomstig dit woord spreken, zal er voor hen geen dageraad zijn. (Jesaja 8:20 Herz. Statenvertaling)




27 Wanneer een man of een vrouw in verbinding staat met de geest van een dode, of een waarzegger is, moeten zij zeker ter dood gebracht worden. Men moet hen met stenen stenigen. (Leviticus 20:27 Herziene Statenvertaling)


Antwoord: God zegt dat een waarzegger of iemand die beweert dat hij in contact staat met een dode, gestenigd moest worden. Dit laat zien hoe God denkt over de valse leer dat de doden levend zouden zijn.







35 maar zij die het waard geacht zijn die toekomstige wereld te verkrijgen, en de opstanding uit de doden, …. 36 … zij kunnen niet meer sterven … (Luk 20:35-36 Herz. Statenvertaling)

4 En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. (Openbaring 21:4 Herz. Statenvertaling)


Antwoord: Nee! Dood, rouw, zorg, pijn zullen nooit meer in Gods koninkrijk voorkomen.







Na de dood:
Wordt de persoon weer stof:
neemt U hun adem weg, zij geven de geest en keren terug tot hun stof. (Psalm 104:29)

Weten de doden niets meer:
5 Want de levenden weten dat zij sterven zullen, maar de doden weten helemaal niets. Zij hebben ook geen loon meer, maar hun nagedachtenis is vergeten. (Prediker 9: 5)

Bezitten de doden geen mentale krachten:
4 Zijn geest gaat uit hem weg, hij keert terug tot zijn aardbodem; op die dag vergaan zijn plannen. (Psalm 146:4)

Hebben de doden niks meer te maken met iets op aarde:
6 Ook hun liefde, ook hun haat, ook hun afgunst is al vergaan. Zij hebben geen deel meer, voor eeuwig, aan alles wat er onder de zon plaatsvindt. (Prediker 9: 6)

Leven de doden niet:
In die dagen werd Hizkia ziek, tot stervens toe. Toen kwam de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, bij hem en zei tegen hem: Zo zegt de HEERE: Regel de zaken van uw huis, want u zult sterven en niet leven. (2 Kon 20:1)

Wachten de doden in het graf:
13 Als ik wacht, zal het graf mijn huis zijn; in de duisternis zal ik mijn bed spreiden. 14 Tot het graf roep ik: U bent mijn vader! Tot de maden: Mijn moeder en mijn zuster! 15 Waar zou mijn hoop dan nu nog op gevestigd zijn? Ja, wie zal mijn hoop aanschouwen? 16 Zij zullen met mij neerdalen in het graf; wij zullen tezamen in het stof afdalen. (Job 17:13-16)

Leven de doden niet verder:
141 De mens, geboren uit een vrouw, is kort van dagen en verzadigd van onrust. 2 Als een bloem komt hij op en hij verwelkt; hij vlucht als een schaduw en houdt geen stand. (Job 14:1-2)




  • Stof + levensadem = ziel (persoon, leven)
  • Als iemand sterft keert de levensadem terug naar God, het lichaam wordt weer stof
  • De geest of adem = het elektrische systeem dat het lichaam laat leven, maar ook je individualiteit
  • Een ziel kan sterven – alleen God is onsterfelijk
  • Iedereen gaat naar het graf
  • Je weet niets meer na de dood
  • Geen bewustzijn meer
  • We ‘slapen’ tot de terugkomst van jezus
  • De onsterfelijkheid van de ziel is een belangrijke leugen
  • Demonen kunnen wonderen verrichten
  • Lees de bijbel





Antwoord:

  • Nee, in feite zei Jezus tegen Maria dat Hij nog niet naar de Vader was opgestegen. (Joh 20:17). Dit laat zien dat Jezus niet naar de hemel ging op het tijdstip van Zijn dood.
  • De komma van Luk 23:43 moet staan na ‘heden’. (‘Ik zeg u heden, u zult met mij…)
  • Het koninkrijk van God wordt opgericht bij Zijn 2e komst. (Mat. 25:31) en alle rechtvaardigen/gelovigen van alle tijden zullen in die tijd komen. (1 Thes 4:15-17)



Mat 25:31 Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid.

1 Thes 4:15-17 Want dit zeggen wij u met een woord van de Heere, dat wij die levend zullen overblijven tot de komst van de Heere, de ontslapenen beslist niet zullen voorgaan.

16 Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan.

17 Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn.





Antwoord: Nee, een onsterfelijke ziel komt niet voor in de bijbel. Het woord onsterfelijk komt maar één keer voor en dat is alleen met betrekking tot God. Hij alleen is onsterfelijk en hij woont in een ontoegankelijk licht; geen mens heeft hem... (1 Tim 6:16)





Hij gaat nergens geen. Hij stopt gewoon met te bestaan. Er moeten twee dingen gecombineerd worden: lichaam + adem. Als de adem weggenomen wordt is de ziel er niet meer, want de combinatie van twee dingen is er niet meer. Er is niet zoiets als een ziel zonder lichaam
Lichaam + adem = ziel







Ja, het betekent soms:

  • Het leven zelf
  • Of het denken, het intellect.

Maar welke betekenis het ook heeft: de ziel is altijd een combinatie van
Lichaam + adem = ziel
En hij stopt te bestaan bij de dood







Deze tekst heeft geen betrekking op de eerste dood die alle mensen sterven (Hebr 9:27), maar op de tweede dood die alleen de onrechtvaardigen sterven en waar geen opstanding van is.



Openbaring 2:11
11 Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, zal zeker geen schade toegebracht worden door de tweede dood.

Openbaring 21:8
8 Maar wat betreft de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars: hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood.




Nee, het bewijst het tegendeel. De laatste helft van het vers bewijst dat zielen werkelijk sterven. Het woord ziel betekent hier ‘leven’ en refereert aan het eeuwige leven, dat een gift is (Rom. 6:23) die gegeven zal worden aan de rechtvaardigen op de laatste dag (Joh. 6:54). Niemand kan het eeuwige leven wegnemen dat God schenkt. (Zie ook Luk 12:4,5)



Rom 6:23 Want het loon van de zonde is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door Jezus Christus, onze Heere

Joh 6:54 Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.

Luk 12:4-5 En Ik zeg u, Mijn vrienden: Wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en daarna niets meer kunnen doen. 5 Maar Ik zal u laten zien voor Wie u bevreesd moet zijn: Wees bevreesd voor Hem Die, nadat Hij gedood heeft, ook macht heeft in de hel te werpen. Ja, Ik zeg u, wees bevreesd voor Hem!




Nee, want het zegt dat het evangelie IS gepredikt aan hen die dood ZIJN. Ze zijn nu dood, maar het evangelie werd aan hen gepredikt terwijl ze levend waren



1 Pet 4:6 Want daartoe is aan de doden het Evangelie verkondigd

For for this cause was the gospel preached also to them that are dead,




Nee, deze roep was figuurlijk, net als het roepen van Abel’s bloed (Gen 4:10) Het woord ziel betekent hier mensen of levende wezens die gedood zijn vanwege hun geloof. Het is immers niet letterlijk op te vatten dat mensen die gedood zijn letterlijk onder een altaar liggen en ook niet dat de rechtvaardigen smeken dat God hun vijanden straft. De rechtvaardigen zullen eerder smeken om genade voor hun vijanden, zoals Christus aan het kruis deed. (Luk 23:34)



Openbaring 6: 9-10 En toen het Lam het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren omwille van het Woord van God, en omwille van het getuigenis dat zij hadden. 10 En zij riepen met luide stem: Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen?




Antwoord: Nee, het bijbelgedeelte in kwestie is 1 Petrus 3:18-20
Het prediken was gedaan door de Geest in de dagen van Noach, aan de mensen die toen leefden. ‘De geesten in de gevangenis’ zijn mensen die gebonden waren aan satan.

Zie:

  • Psalm 142:8 Leid mijn ziel uit de gevangenis om Uw Naam te loven;
  • Jesaja 42:6-7 Ik zal U beschermen en Ik zal U stellen tot een verbond voor het volk, tot een licht voor de heidenvolken, 7 om blinde ogen te openen, om gevangenen uit de kerker te leiden,
  • Jesaja 61:1 Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van hart, om voor de gevangenen vrijlating uit te roepen en voor wie gebonden zaten, opening van de gevangenis;
  • Luk 4:19 om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, om verslagenen weg te zenden in vrijheid, om het jaar van het welbehagen van de Heere te prediken.



1 Pet 3:18 Want ook Christus heeft eenmaal voor de zonden geleden, Hij, Die rechtvaardig was, voor onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen. Hij is wel ter dood gebracht in het vlees, maar levend gemaakt door de Geest, 19 door Wie Hij ook, toen Hij heenging, aan de geesten in de gevangenis gepredikt heeft, 20 namelijk aan hen die voorheen ongehoorzaam waren, toen God in Zijn geduld nog eenmaal wachtte in de dagen van Noach, terwijl de ark gebouwd werd, waarin weinige – dat is acht – mensen behouden werden door het water heen.


local_library Lees meer artikelen!