de
lui
de
roep
×
×

×

Artikelinformatie

Auteurs:
Wim Wiggers en Marian Pel
Oorspronkelijk gepubliceerd in Jezus de Vriend no. 12
Pagina 12 - 15
Inleiding, samenvatting, afbeeldingen, tussenkopjes en [...] toegevoegd door De Luide Roep.

Inhoudsopgave

  1. Boodschap aan het volk in het Oordeel
  2. God wil met Zijn volk het bruiloftsmaal vieren
  3. Laodicea is lauw
  4. In het licht van Gods wet zijn wij ellendig, jammerlijk, arm, blind en naakt
  5. Wij kennen zelfs ons eigen hart niet
  6. Hizkia kende zijn eigen hart ook niet
  7. In het hart van Hizkia was hoogmoed
  8. Petrus kende zijn hart ook niet
  9. Laodicea moet ook het eigen hart leren kennen
  10. De dagelijkse dienst bedekte de bewuste, beleden zonde
  11. De jaarlijkse grote verzoendag voorzag in de reiniging van alle BEWUSTE zonden en de ONBEWUSTE zonden
  12. Op grote verzoendag wisten de mensen dat zij niet rechtvaardig waren in zichzelf
  13. Wij kunnen onszelf niet aanbieden in het oordeel. Christus biedt de gelovige aan in het oordeel
  14. Er is hoop in het oordeel

×
ARTIKEL menu search
Gods volk

in het oordeel

- 1 - Boodschap aan het volk in het Oordeel
De boodschap aan Laodicea (Openb. 3:14-21) is de boodschap van God aan het volk dat leeft in de tijd van het oordeel.

De naam Laodicea betekent “volk van het oordeel”. Het oordeel is begonnen in 1844. (Dan 7:13,14 en Dan 8:14). En het oordeel eindigt wanneer alle namen onderzocht zijn.
arrow_upward
Lees ook artikel 16 en 17 en 18.
Hierin wordt uitgelegd wat 'het oordeel' betekent. Ook vind je hier de berekening van de 70-weken en de 2300-dagen in Daniël en de datum 1844.


Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat een ieder wegdrage wat hij in zijn lichaam verricht heeft, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad. (2 Kor 5:10)

De boodschap aan Laodicea vertelt ons hoe wij gezien worden in het licht van het oordeel, maar de boodschap vertelt ons ook wat het oordeel met ons wil doen.
- 2 - God wil met Zijn volk het bruiloftsmaal vieren
In de boodschap aan Laodicea stelt Jezus Zich voor als de Amen, de getrouwe en waarachtige Getuige. Hij legt de nadruk op de betrouwbaarheid en de waarheid van de boodschap. Als zijn volk de boodschap aanneemt, “naar zijn stem hoort”, dan zal Hij bij hen binnenkomen en maaltijd met hen houden. (Openb 3:20)

De maaltijd is het bruiloftsmaal. Het binnenkomen is een voorstelling van de bruiloft van het Lam, zoals het beschreven is in Openbaring 19.

Hierna hoorde ik als een luide stem ener grote schare in de hemel zeggen: Halleluja! Het heil en de heerlijkheid en de macht zijn van onze God, want waarachtig en rechtvaardig zijn zijn oordelen... En ik hoorde als een stem van een grote schare en als een stem van vele wateren en als een stem van zware donderslagen, zeggende: Halleluja! Want de Here onze God, de Almachtige, heeft het koningschap aanvaard. Laten wij blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want de bruiloft des Lams is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt; en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen. En hij zeide tot mij: Schrijf zalig zij, die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal des Lams. En hij zeide tot mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God. (Openb 19:1,2, 6-9)

De bruiloft is de éénwording, de uiteindelijke en volledige verzoening tussen God en zijn volk. Het aanvaarden van de Laodicea-boodschap is dus HET KEERPUNT in de geschiedenis van Gods volk.
- 3 - Laodicea is lauw
Laten wij eens zien wat de getrouwe en waarachtige Getuige over ons zegt.

Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet. (Openb. 3: 15)

Wij zijn lauw. Wij zijn ons niet bewust van de ernst van de tijd waarin wij leven. Onze naam komt spoedig in het oordeel en dat zou ons wakker moeten schudden. De beslissing van het hemelse gerechtshof is voor eeuwig! De lauwheid van Laodicea is levensgevaarlijk. Jezus zegt dat Hij hen uit zijn mond zal spuwen. Hoe weet Hij dat we lauw zijn? Het antwoord is in vers 17:

“Gij zegt: Ik ben rijk en ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek.”

Het is zoals in het oude Israël dat werd verworpen,

want onbekend met Gods gerechtigheid en trachtende hun eigen gerechtigheid te doen gelden, hebben zij zich aan de gerechtigheid Gods niet onderworpen. (Rom. 10: 3).

De Here verhoede dat wij dezelfde fout zouden maken!
- 4 - In het licht van Gods wet zijn wij ellendig, jammerlijk, arm, blind en naakt
In het heilige der heiligen van het hemelse heiligdom – de rechtszaal in het oordeel – is de wet van God en de heerlijkheid van God troont boven de ark van het verbond. De koninklijke wet van God is de enige aanvaardbare maatstaf in het gericht [de rechtszaak].

In het licht van Gods wet is onze werkelijke toestand ellendig, jammerlijk, arm, blind en naakt. De wet reikt immers tot al onze gedachten, emoties en motieven.

Dit doet ons denken aan de ervaring van de profeet Jesaja. (Jes 6) Hij diende God en had Hem lief, maar toen hij een blik mocht werpen op de heerlijkheid van God in het heiligdom, zag hij zichzelf pas in het ware licht. Tweemaal riep Hij tot de Here: “onrein... onrein.”
Zelfs een wedergeboren Christen moet in het licht van het oordeel hetzelfde roepen als de melaatsen. Zij moesten ook roepen: “onrein, onrein” (Lev 13:45)

“Wij zijn allen geworden als een onreine, al onze gerechtigheden als een bezoedeld kleed.” (Jes 64:6).

Betekent dit dat zo iemand verloren is? Nee, helemaal niet. Het betekent dat de Here ons nog veel meer wil leren over de geestelijke strekking van de wet. Hij wil niet dat wij de leugens geloven over onze eigen geestelijke toestand. Daarom geeft Hij ons de ernstige Laodicea-boodschap.
- 5 - Wij kennen zelfs ons eigen hart niet
Hij zegt: “Ik weet uw werken... Gij weet niet...” Het is duidelijk dat de Here onze harten kent en dat wij zelf onze eigen harten niet kennen. Dit is precies wat de profeet Jeremia ook zei:

Arglistig is het hart boven alles, ja verderfelijk is het; wie kan het kennen? Ik de Here doorgrond het hart en toets de nieren. (Jer 17:9, 10)

De apostel Paulus schreef:

Want ik ben mij van niets bewust, maar daardoor ben ik niet gerechtvaardigd. (1 Kor 4:4)

Wij beseffen en begrijpen de laagheid van het menselijke hart niet. Wij zijn het ons niet bewust.
- 6 - Hizkia kende zijn eigen hart ook niet
De Bijbel geeft ons enkele voorbeelden waarbij de verborgenheid van het hart openbaar wordt gemaakt. In het boek 2 Koningen lezen wij over de goede koning Hizkia. Het getuigenis over hem is zeer goed, hij was een kind van God.

Hij deed wat recht is in de ogen des Heren, geheel zoals zijn vader David gedaan had. Hij vertrouwde op de Here, de God van Israël; na hem was zijns gelijke niet onder al de koningen van Juda; noch ook onder hen die vóór hem geweest waren; hij hing de Here aan, week niet van Hem af en onderhield de geboden die de Here aan Mozes geboden had. (2 Kon 18:3, 5-7)

Aldus handelde Jechizkia in geheel Juda. Hij deed wat goed en recht en trouw was voor het aangezicht van de Here, zijn God. In al het werk, dat hij begon met betrekking tot de dienst van het huis Gods, tot de wet en het gebod, waarin hij zijn God zocht, handelde hij met volle toewijding en was hij voorspoedig. (2 Kron 31:20,21)

Hij is zich van geen kwaad bewust, want toen hij ernstig ziek werd bad hij:

Ach, Here, gedenk toch, dat ik voor uw aangezicht in trouw en met een volkomen toegewijd hart gewandeld heb en gedaan heb wat goed is in uw ogen. (2 Kon 20:3)
- 7 - In het hart van Hizkia was hoogmoed
Als Hizkia zou zijn gestorven toen hij ziek werd, zou over hem niets dan goeds geschreven zijn. Hij wandelde met God. En God schonk hem de overwinning over elke bewuste zonde. Maar de Here verhoorde zijn gebed en na zijn wonderbaarlijke genezing ontving hij nog 15 jaar om te leven.

Daarna lezen we dat God hem wilde laten zien wat er werkelijk verborgen was in zijn hart.

Ter gelegenheid van het gezantschap, dat de vorsten van Babel tot hem gezonden hadden om naar het wonderteken dat in het land geschied was, te vragen, was het aldus: God verliet hem om hem op de proef te stellen, teneinde te weten alles wat in zijn hart was. (2 Kron 32:31).

In zijn hart was hoogmoed.

Maar Hizkia vergold niet overeenkomstig de weldaad die hem bewezen was, omdat zijn hart hoogmoedig werd. (2 Kron 32:25)

Dat werd openbaar toen Gods Geest zich terugtrok. Het is duidelijk dat in het hart van de bekeerde gelovige een bron van kwaad blijft bestaan.
- 8 - Petrus kende zijn hart ook niet
Een ander voorbeeld is Petrus.
Jezus verklaarde dat Petrus en de andere apostelen (behalve Judas) rein waren. (Joh 13:10) Zij waren werkelijk kinderen van God, maar de Here Jezus wist dat deze mannen niet klaar waren voor de grote toets die voor hen lag.

Hij waarschuwde hen dat zij Hem die nacht nog zouden verlaten. (Mat 26:31-35) Toen Petrus zei dat hij zijn Heer zou volgen in de gevangenis en in de dood meende hij ieder woord, maar hij kende zichzelf niet. In zijn hart waren verborgen elementen van het kwaad, waaraan door de omstandigheden leven zou worden ingeblazen. Deze zouden zijn eeuwige ondergang blijken, als hij zich niet van dit gevaar bewust zou worden.

De ernstige waarschuwing van Christus was een oproep tot zelfonderzoek. Petrus moest leren minder op zichzelf te vertrouwen en een groter geloof tonen in Christus. Als hij nederig aan deze waarschuwing gehoor had geschonken, zou hij een beroep hebben gedaan op de Herder der kudde om zijn schaap te beschermen. Als hij tot Jezus had geroepen: “Bewaar mij voor mijzelf,” zou Jezus hem bewaard hebben.
- 9 - Laodicea moet ook het eigen hart leren kennen
Zo spreekt Christus tot ons in de waarschuwing aan Laodicea.

Ook wij worden opgeroepen tot zelfonderzoek. Datgene wat we in ons hart niet geloven of aannemen, zullen we volledig uitvoeren, tenzij we tot bekering komen.

Daarom plaatst de Here ons in het licht van de heerlijkheid van God, en dan wordt het heel duidelijk dat wij, in Christus rechtvaardig zijn, maar in onszelf zijn wij zondaren. Wij zijn rechtvaardig – dat wil zeggen, in overeenstemming met de wet – door een gerechtigheid die niet in ons is, maar die in Christus is.
- 10 - De dagelijkse dienst bedekte de bewuste, beleden zonde
In de dagelijkse en de jaarlijkse dienst van het heiligdom hebben wij een voorbeeld van de twee grote werken van genade:
  1. vergeving van zonde
  2. uitdelging van zonde

arrow_upward
Lees ook artikel 17

Even een tussenstop!
Om dit laatste gedeelte van het artikel goed te kunnen begrijpen, heb je wat achtergrondinformatie nodig. Die informatie kun je vinden in artikel 17.

Hierin worden de twee diensten in de tabernakel (het heiligdom) uitgelegd.

Je kunt hierin ook lezen over het verschil tussen de dagelijkse 'vergeving' van de zonden en de uiteindelijke 'reiniging' (of 'uitdelging' = het volledig wegdoen) van de zonden uit het heilidom op 'Grote Verzoendag'.


Leviticus 4 leert ons dat de dagelijkse dienst was voor de bewuste zonde. (Lev 4:28)

Het dagelijkse brandoffer en reukoffer werden beschouwd als een algemene bedekking voor alle zonde.

Zo is het ook wanneer een zondaar tot Jezus komt. Alle bekende zonden worden beleden en overwonnen. Dit is een werk dat steeds voort gaat. En ook al heeft de zondaar dan nog een zondige natuur, dit wordt hem niet toegerekend, maar hij heeft de toegerekende gerechtigheid van God. (Rom 4:8)

Terwijl het overwinnen en weg doen van de zonde voortgaat, staat de Heilige Geest datgene tegen dat nog blijft van de oorspronkelijke zonde.
- 11 - De jaarlijkse grote verzoendag voorzag in de reiniging van alle BEWUSTE zonden en de ONBEWUSTE zonden
Het oude Israël werd vergeven door de dagelijkse dienst, maar werd niet volledig en definitief gereinigd TOT de grote verzoendag. De grote verzoendag illustreerde een diepere ervaring dan de dagelijkse dienst.

Want op deze dag zal over u verzoening gedaan worden, om u te reinigen; van al uw zonden zult gij gereinigd worden voor het aangezicht des Heren. (Lev 16:30)

Paulus geloofde ook dat de dienst op grote verzoendag voorzag in de verzoening voor de zonde waarvan de gelovige zich niet bewust was.

Dit was dan aldus ingericht, en de priesters kwamen bij het vervullen van hun diensten voortdurend in de voorste tent, maar in de tweede alleen de hogepriester, eenmaal in het jaar, niet zonder bloed, dat hij offerde voor zichzelf en voor de zonden door het volk in onwetendheid bedreven. (Hebr 9:6,7)
- 12 - Op grote verzoendag wisten de mensen dat zij niet rechtvaardig waren in zichzelf
Het is belangrijk om te constateren dat God op de typische oordeelsdag alleen benaderd kon worden zoals Hij benaderd kon worden in de dagelijkse dienst.

Hoewel het volk alle bekende zonden weggedaan had, hebben zij zich toch niet aangeboden in het oordeel alsof zij rechtvaardig waren in zichzelf, maar zij verootmoedigden hun zielen en vertrouwden op de verdiensten van hun Verlosser.

Dit werd uitgebeeld door:
  • de hogepriester die in de tegenwoordigheid van God voor hen stond,
  • door het bloed dat ten gunste van hen geofferd werd,
  • en door de wolk van reukwerk.

Dit alles moest hen aanvaardbaar maken voor God.
- 13 - Wij kunnen onszelf niet aanbieden in het oordeel. Christus biedt de gelovige aan in het oordeel
In het oordeel staan wij niet, KUNNEN wij niet staan, in onze eigen gerechtigheid. Wij bieden onszelf niet aan in het oordeel en worden dan aanvaard, maar Christus biedt de gelovige aan en wanneer Hij de gelovige aanbiedt, dan is deze smetteloos, omdat hij voorgesteld wordt in Christus. Paulus zegt terecht:

“... opdat ik Christus moge winnen, en in Hem moge blijken niet een eigen gerechtigheid, uit de wet, te bezitten, maar de gerechtigheid door het geloof in Christus, welke uit God is op grond van het geloof.” Fil 3:9
- 14 - Er is hoop in het oordeel
Er is hoop in het oordeel. Overvloedige hoop, want Christus heeft drie dingen voor ons:
  1. Witte klederen – volmaakte gerechtigheid in het hart en in het leven.
  2. Goud, dat in het vuur gelouterd is. Dit is het geloof van Jezus. Het is het geloof in Jezus, zelfs onder de hevigste vervolging en het geloof van Jezus om Hem te volgen waar Hij ook heengaat.
  3. Ogenzalf – Dit is een geweten dat gereinigd is van alle zonde, waardoor wij de heerlijkheid van God kunnen aanschouwen bij de wederkomst omdat alle zonden dan uitgedelgd zijn. (Hebr 10:1-4, 15-18)

Al deze dingen worden ons aangeboden in het oordeel. Wij mogen ze kopen, zonder prijs! Geweldige beloften voor Gods volk vandaag. Wie zou meer kunnen verlangen! De boodschap eindigt met een prachtige belofte:

“Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon.” (Openb 3:21)
Video menu search
Kijk ook deze video van Marian Pel! arrow_back
(Je wordt
doorgelinkt
naar YouTube)
Christus en de gemeenten III, Openbaring 3
Kijk deze video!


Of kijk de hele serie 'Studie in Openbaring'.